Bobex Deutschland gelanceerd op CeBIT 2008

Bobex blijft verder groeien in Europa. Na de succesvolle opzet van lokale platformen in België, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland en Luxemburg, hebben we nu ook een Duits handelsplatform opgestart. Het beheer van Bobex Duitsland werd toevertrouwd aan internetspecialist Markus Gradl. De nieuwe site werd vorige week op de CeBIT beurs in Hannover officieel gelanceerd.

Bobex.de is actief op de relatief competitieve Duitse markt. Maar voor Markus Gradl, verantwoordelijke van Bobex Duitsland, biedt de site meer toegevoegde waarde dan de lokale concurrenten : «Wij vertegenwoordigen vandaag een internationaal leveranciersnetwerk. Meer dan 100.000 bedrijven gebruiken onze diensten in Europa. Bovendien onderscheidt Bobex zich door de strenge kwaliteits- en selectiecontroles. Wij controleren elk nieuwe offerteaanvraag alsook alle inschrijvingen».

David Schnall geeft een woordje uitleg: «Ons systeem heeft zich bewezen in de Benelux waar we vandaag de marktleider zijn. Een verdere internationale ontwikkeling leek ons een logische volgende stap. Daarenboven werd onze site vanaf het begin in drie talen ontwikkeld (Nederlands, Frans, Engels) en was het dus eenvoudig om ons ook in Groot-Brittannië, Nederland of Frankrijk te vestigen. Vorig jaar hebben we de applicatie in het Duits vertaald en een Duits team aangeworven. Elke markt heeft zijn eigen cultuur en bijzonderheden. Daarom wordt Bobex in elk land door een lokaal team beheerd.»

Voor Markus Gradl is Bobex een nieuwe en boeiende uitdaging: «Het was mij opgevallen dat in het dagelijks gebruik van het internet in Duitsland het opzoeken van gekwalificeerde leveranciers een moeilijke taak was. Als consulent kwam ik in contact met tal van bedrijven die tijd veloren op het web en assistentie zochten bij hun selectie van toeleveranciers. Bobex leek mij een beproefde oplossing te zijn die een pragmatisch antwoord bood in zowel de marketing en communicatie sector alsook alle andere sectoren».

(Bron: Bobex nieuwsbrief)

Vehiko: nieuwe marktplaats voor prijsvergelijk bij autodealers

U­ gaat een nieuwe VW Golf 1,9L TDI kopen? Meestal gaat dit zo: u kijkt eerst wat rond op verschillende automobiel websites, om het juiste model­ en de diverse opties te bekijken. Vervolgens belt u één voor één de verschillende­ autohandelaars op, om te weten wie er u nu de beste condities kan aanbieden. Na drie telefoons bent u het beu, en kiest u één van de drie garages, niet?

Het alternatief is Vehiko. Deze nieuwe marktplaats helpt u om snel de goedkoopste dealer te vinden. U plaats uw aanvraag online, en dealers kunnen erop bieden. Het is dus een soort Bobex voor de aankoop van nieuwe auto’s.

Deze morgen had ik een interessant gesprek met oprichter David Dehaeck: “Onze site­ helpt klanten­ om de meest competitieve prijzen te verkrijgen voor hetgeen ze precies zoeken, zonder bij verschillende autodealers binnen te moeten stappen. Het systeem­ is transparant en helpt­ de klant te laten genieten van de voordelen van een groepsvrijstelling voor de Europese automobielsector. Bovendien wordt de consument op die manier geholpen door moeilijke, vaak eenzijdige, onderhandelingen met autodealers uit de weg te gaan. Anderzijds worden autodealers in contact gebracht met geïnteresseerde kopers.”

Klanten die een nieuwe wagen wensen te kopen via de website dienen een aankoopaanvraag in te vullen waarin het type voertuig en de gewenste accessoires nader worden bepaald. Vervolgens wordt het aanvraagformulier op de website geplaatst, waardoor de deelnemende autodealers op de aanvraag kunnen bieden. Gewoonlijk krijgen klanten binnen de 24 uur sterke en competitieve online aanbiedingen van de dealers. Offertes die bevestigd worden door een dealer zijn bindend voor de dealer, niet voor de Vehiko klant.

De­ klant betaalt 75 euro voor het plaatsen van zijn offerteaanvraag. Vehiko garandeert niettemin­ een besparing van minstens 500 euro t.o.v. de catalogusprijs. Indien niet voldaan kan worden aan deze voorwaarde,­ worden de plaatsingskosten­ integraal teruggestort. Aan de handelaars wordt niets aangerekend.

vehiko.gif

Marktplaatsen voor innovatieve ideeën

U heeft een moeilijke uitdaging­ binnen uw bedrijf en bent op zoek naar een creatieve en innovatieve oplossing?­ U kunt uw­ ‘challenge’, tegen betaling, uitsturen op­ één­ van de talrijke innovatiemarktplaatsen zoals InnoCentive.

Een aantal­ multinationals, zoals Eli Lilly, Nokia,­ en P&G hebben hun eigen open-innovatie­ uitwisselingsplatformen opgezet. De InnoCentive marktplaats werd in 2001­ opgericht door Eli Lilly en is­ een netwerk van meer dan 80.000 researchers (“solvers” genoemd), in meer dan 170 landen. Het doel van de handelsplaats is­ hun klanten te helpen bij het oplossen van moeilijke R&D uitdagingen. InnoCentive heeft meer dan 30 dergelijke klanten (of “seekers”),­ waaronder Dow Chemical, P&G, en eigen moederbedrijf, Lilly. Wanneer een “seeker” een moeilijke research opdracht­ heeeft, poste hij­ zijn probleemstelling op­ het InnoCentive solver netwerk, en bieden ze een bonus aan iedereen die een (relevante) oplossing kan bedenken. De succesratio van InnoCentive zou ongeveer­ 50%­ zijn, wat niet slecht is voor het oplossen van problemen die de eigen R&D dienst niet zelf kan oplossen.

Het­ Nederlandse Fellowforce is een soortgelijke platform gestart, maar dan zonder echte focus. Het bedrijf noemt zichzelf een “platform voor open innovatie en probleemoplossing”. Een bedrijf kan er op een virtueel prikbord zijn probleem of innovatie vraag publiceren, in alle mogelijke domeinen. Maar tot nog toe zijn er maar weinig challenges te bespeuren op de site.

Zoals op elke marktplaats (en we kunnen ervan meespreken…), zal het succes van Fellowforce afhangen van de “liquiditeit”, m.n. het volume vraag en aanbod op de marktplaats. Daarom kozen de meeste spelers in deze ideeënmarktplaats-sector­ om te starten met een bepaalde niche (bv. R&D in de farma industrie), om zo­ eerst kritische massa te bouwen en dan pas verder te groeien in andere domeinen (denk maar aan de strategie van Amazon.com). Maar fellowforce doet dit blijkbaar anders en gaat meteen heel breed. “Being everything to everyone” is zelden een goede strategie…

fellowforce.gif